Welkom in Louises Wonderland. Vakantie is hier het ordewoord. Louise schrijft voor haar en uw plezier. U bent van harte uitgenodigd om zelf een postkaart-met-verhaal aan Wonderland toe te voegen.
Posts tonen met het label bed and breakfast. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bed and breakfast. Alle posts tonen

vrijdag 22 augustus 2008

Bed and breakfast

Dit weekend heeft Louise P. de mevrouw op bezoek die met haar zoon op reis gaat. Ze vertelt over wat er zoal kan gebeuren als je wacht op de bus.


KOSCIÉLNIKI

Het bushokje biedt beschutting tegen de blakende middagzon. Het ruikt er muf naar opwarmend hout, maar de stalen zitbank is netjes. Als ik erop ga zitten raken mijn voeten net de grond. Het is een beetje onhandig, maar ik ga niet zeuren. Het is er te warm voor. Ik stop mijn camera diep in mijn tas, en haal wat brood, dat ik ’s ochtends klaarmaakte, naar boven. Uit het niets duikt een jongeman op, met een sporttas over zijn schouder. Zijn haren zijn halflang, hij heeft een open blik. Ik kan slechts hopen dat hij me niet lastigvalt. Ik neem een tweede hap van mijn boterham als hij me hartelijk smacznego wenst. Ik knik, mijn mond zit vol brood. Hij kijkt me ontwapenend vriendelijk aan. Ik heb niets te vrezen. Als mijn hap is doorgeslikt zeg ik waarheidsgetrouw : przepraszam, nie rozumiem (1).
Hij knikt en plaatst zijn tas op de verharde grond. In gebarentaal maakt hij me duidelijk dat hij dorst heeft en ik meen te begrijpen dat hij wil weten of er in de buurt een drinkplaats is te vinden. Natuurlijk is die er, ik kom er net vandaan. Ik leg hem uit, in het Engels, waar hij woda vindt. Hij knikt dankbaar, maar aarzelt. Met zijn hand wijst hij in de richting van het busuurrooster. Ik begrijp hem! Ik toon hem dat hij nog twintig minuten heeft, ruim voldoende om drank te halen en terug te keren. Op een drafje verdwijnt hij. Zijn sporttas laat hij achter.
Hij staat in een mum van tijd terug voor me en biedt me een cola aan. Ik schud mijn hoofd, toon hem het water dat ik drink. Dan vraagt hij me in een mengeling van Pools, Duits en Frans wat ik in godsnaam in Kosciélniki doe. Hoe kan ik hem dat uitleggen? In een verwarrende mix van Engels, Duits, Frans en Pools maak ik hem duidelijk dat ik de oude 17de eeuwse kerk ben komen opzoeken en de landhuisruïne, net achter de bocht. Hij knikt en schudt meewarig zijn hoofd.
Dan peilt hij naar mijn belangstelling in Kraków. Als ik hem nu vertel dat ik al de derde dag in Nowa Huta rondhang, verklaart hij me gek. Maar ik waag het erop. Wanneer hij met zijn wijsvinger tegen zijn rechterslaap het universele van-lotje-getikt symbool trommelt, glunder ik. Hij schakelt over op mime. Het duurt een poos vooraleer ik doorkrijg dat hij stijfbenig en met een strak voor zijn borst gespannen arm Lenin nabootst. Ik heb gelezen over Lenins standbeeld op de Aleja Roz dat bij de val van het communisme naar beneden werd gehaald. Ik knik. Hij vertelt dat hij zijn leven lang in Huta woont en er nu ook werkt (hij legt laminaatvloeren). Met zijn prille gezinnetje heeft hij intrek genomen in één van de industriële woonblokken waardoor ik mateloos word gefascineerd. Zijn naam is Mickelju, hij is achtentwintig, zijn zoon is twee. In Huta wil ik ’s avonds niet op mijn eentje rondlopen. Ik knik gedwee. We merken in onze drukke conversatie de bus niet op, maar de chauffeur is attent.
We gaan bij elkaar zitten. Onmiddellijk wordt duidelijk dat een Pool niet bij een buitenlander gaat zitten, en al helemaal niet op expressieve wijze met een buitenlander communiceert. We worden aangestaard. Maar Mickelju lapt het aan zijn laars. Zijn woordenstroom is niet te stuiten. Hij kwam eerder in Duitsland, meestal voor voetbalwedstrijden. Hij is handig in gebarentaal en met toevoeging van enkele kernwoorden kan ik perfect volgen wat hij zegt. Ik snap ook dat voetbal hem matig interesseert. Hij houdt van onderweg zijn naar elders. Ik glimlach hem toe. Ik begrijp hem genadig goed.

Nadat we aan het eindpunt de bus uitstappen, maakt Mickelju me duidelijk dat hij een andere richting uit moet. Hij toont me waar ik tram 15 neem en ik knik welwillend. Hij gooit zijn tas over zijn schouder, lacht me breeduit toe en schudt zijn kop, net als Depardieu dat doet. Ik schiet in de lach. Hij aarzelt, komt op me toelopen en neemt mijn hand in de zijne. Het is een koele, verweerde hand. Hij zegt dat hij ons gesprekje leuk heeft gevonden. Ik begrijp voor één keer het Pools feilloos. Have a good life, wens ik hem oprecht toe. Hij draait zich om en loopt van me vandaan, zijn toekomst tegemoet.

(1)Smakelijk
(2)Bedankt, ik begrijp je taal niet
(3)water

zaterdag 9 augustus 2008

Bed & Breakfast

Tijdens het weekend ontvangt Louise een gast in Wonderland. Dit weekend neemt Sim ons mee naar een hoog weiland. Dit is zijn bijdrage:


WORM

Schaduwdampen hullen het huis bij de beek. Augustuszon druipt stroperig van de westelijke wand en vult het dal met licht dat laag bij de grond blijft hangen.
Naar de schaduwflank, naar de kim, naar de scherpe grens van witte hemel en zwarte sparrentoppen. Daar op die rand staan, niet in het één, niet in het ander, net niet vallen, iets staande houden.
De betonnen weg omhoog bedekt met slakken. Schipperen tussen de woekerende wegrand en het bandenspoor van slijm. De groene tunnel van het bospad in. Nauw, manshoog het bladerdak. Grond van oker, klei waarover een dun laagje water stroomt. Laarsranden hakkend, op lemen knieën, omhoog, omhoog.
Op het plateau, niet beklommen maar geworpen, te pletter. Niets dan warm weiland waarin koeien grazen. Niets dan akkers die hun lege voren over de heuvels weven. Geen rand waarop iets zich staande houden kan. Niets dan geademd worden.
Regen stroomt over het gelaat dat zich naar de regen keert, stroomt over de handen die verheffen, stroomt over de betonnen weg die van het plateau in het dal verglijdt, stroomt over de slakken en de worm met zijn lange weg door het bandenspoor van slijm, stroomt in de schaduw van het huis bij de beek, voor het open raam met het tafeltje, een halve meter in het vierkant, niet meer dan een vlak waarop men de inhoud van zijn zakken leegt als men zich uitkleedt voor het slapen gaan.

vrijdag 1 augustus 2008

Bed & Breakfast

Dit weekend-na-een-hete-week is Ria te gast in Louise's Bed and Breakfast. Ze woonde een tijdje in de Verenigde Staten. Hier schrijft ze er een herinnering aan neer.

Squam

“We gaan dit jaar naar Squam," kondigde mijn ex aan. Zelfs na al die jaren raakte het tot mijn verbazing, pang, een gevoelige snaar.
Squam Lake in New Hampshire, twee zomers lang mijn toevlucht.
Squam had immers alles wat Philadelphia, die heksenketel, niet had: ruimte, verlatenheid, koelte, en stilte, enkel doorbroken door vogelzang, het ruisen van de wind door de hoge bomen, geplons van een vis in het meer, en de allesdoordringende schreeuw van de loon.
In de vroege ochtend glom het meer rimpelloos in de zon. Het beste moment van de dag om je poedelnaakt van het dok in het frisse water te laten zakken (´sneaky diving` zei ik keer op keer, vergetend dat het ´skinny dipping` heet, zal wel mijn katholieke achtergrond zijn).
Daarna de kano in, de regelmaat van de peddels als een mantra. Enkel water, lucht en zon.
Tot de inham van een baai of eiland lonkte. Grote, gladde stenen, voorverwarmd door de zon. Traag uit de kleren, enkel ons en eros.
De terugkeer naar de grootstad kwam bruut. Ruw ontwaken uit de oerzee.

vrijdag 25 juli 2008

Bed & Breakfast


Altijd, thuis

Er heerst een microklimaat. Uiteraard, anders zou het onmogelijk Je Favoriete Plek Op Aarde kunnen zijn. Je voelt het zodra je uit de auto stapt, dat zachte nooit klamme warme, en een bries toont je de weg naar boven. Niet dat je begeleid moet worden, want verloren lopen is er onmogelijk, maar nieuwe plekjes vind je elke keer. Verrassingen die alleen maar het gevoel van thuiskomen versterken.

Groen en stil is het er, met bloemen die je mag plukken en in je haar steken, waardoor je het mooiste mens op aarde bent, daar op die plek, en niemand die dat tegenspreekt. Want er wordt van je gehouden. De lucht houdt van je, en het gras want het draagt je, het eten houdt van je, want dat proef je, en je vindt er alleen maar mensen die je graag zien.

De lakens zijn er vers, op Je Favoriete Plek Op Aarde, vers en vaakgewassen, wat het een genot maakt om te gaan slapen en wakker te liggen met het dakraam wijd open. En dan groei je, dat voel je. Met elke keer dat je inademt weet je dat je jij mag zijn, en dat hier, hier op deze plek, dat gevoel alleen maar groter wordt. En altijd, altijd die bries.
Dit weekend is Flora Fleempaard te gast in Louises Wonderland. De tekst hierboven is haar bijdrage, of wat dacht u?

zaterdag 19 juli 2008

Bed & Breakfast


CALLE DE LA NAVIDAD

Het is avond in Havana. Om zes uur verdwijnt de zon in de tropen. Voor je het beseft wandel je in het grijs van de schaars verlichte stad. De vrouwen blijven zomers gekleed, maar hun kleuren en vormen zie je maar even als ze door een lichtvlek stappen.

In een parkje hoor ik geroezemoes van stemmen of ruist de wind? Drie weelderige bomen reiken hun takken over een tiental ijzeren banken. Ik ga zitten.

Tegenover mij leest een man geconcentreerd de partijkrant “Granma”. Fidel maakt het beter na zijn operatie staat er op het eerste blad. Op het bankje ernaast streelt een man de bolle buik van zijn vrouw, zachtjes, heel zachtjes, terwijl hij haar in de ogen kijkt. Op de volgende bank voert een hoogzwangere vrouw het woord. Verder zitten er nog twee in blijde verwachting en er wandelt eentje door het park, met waggelende tred, alleen.
Er zijn zes zwangere vrouwen in een parkje met een twintigtal mensen!

Is dit de geboortestraat, een ontmoetingsplaats voor zwangere vrouwen?

De volgende dag zie ik de blauwe letters “MOEDERHUIS” op de gevel naast het park.




Deze bijdrage in het gastenboek van Louise is van Wintermerel. Zijn blog is pril, maar hou hem zeker in het oog, want deze Wintermerel kan bij tijden heel mooi zingen.

vrijdag 11 juli 2008

Bed & Breakfast


PEPE

In Villar de Mazarife (Spanje) belandde ik na een eenzame tocht van 6 uur in een refugio. “Dit is de beste refugio op heel de Camino,” zei de man die me verwelkomde. Die zin klonk me iets te commercieel in de oren. Ik kon er niet goed tegen op dat moment en overwoog zelfs om er weg te gaan en een andere nabijgelegen refugio op te zoeken.

Tot dan toe was ik op mijn weg naar Santiago op zoek geweest. Ik wilde mezelf tegenkomen, mezelf resetten, nieuwe uitdagingen zoeken in mijn leven, nadenken. 20 dagen had ik al gestapt en ik dacht dat ik die rust gevonden had. De realiteit was dat ik in alle haast ’s morgens tussen 5 en 6 uur opstond, mijn ontbijt binnenslokte, de hardcore pelgrims achterna liep, recht naar een slaapplaats voor ’s avonds. De fysieke en innerlijke pijn deden geen belletje bij me rinkelen.

En plots, zonder dat ik er om vroeg en zonder dat ik het wilde, zorgde Pepe, de uitbater van de refugio, voor een ommekeer. Hij vroeg me wat ik zocht op mijn Camino. Ik mompelde iets, liet niet in mijn kaarten kijken, antwoordde de standaardzin die ik voor zulke vragen in mijn hoofd gecreëerd had. “Je zoekt iets. Wat zoek je?” vroeg hij weer. Ik stond er bedenkelijk bij te kijken. "Als ik jou zie, zie ik een emotionele instabiliteit. Je kent momenteel emotionele hoogtes en laagtes. Je hebt emotionele stabiliteit nodig." “Hoe kan ik dat dan vinden?” vroeg ik hem. "Het heeft tijd nodig. En je moet van jezelf houden. Je bent een goede vrouw, je hebt een fijn innerlijk, hou van jezelf!”

De manier waarop hij me dit duidelijk maakte was ongedwongen en vol liefde. Tranen welden op, spanning van weken kwam zomaar naar buiten. Er volgde een bijzonder magisch ritueel. Die avond at ik zijn paella en dronk ik samen met andere pelgrims La Queimada.

Of het nu toeval is of niet dat Pepe op mijn pad kwam, dat laat ik in het midden, maar sinds mijn ontmoeting met deze bijzondere man stroomt er iets in me, zonder dat ik er moeite voor moet doen:



“In de natuur ben je nooit alleen. Als je luistert, spreekt ze tot je –
fluistert in een zachte stilte. Ze kleedt je uit, ontdoet je heel vriendelijk
van je pose, je pantser. Ze leegt je hoofd en vult je longen. Stilte en adem:
meer heb je niet nodig voor innerlijke rust, voor peace of mind.”

(bron: Inez van Oor en Adrienne van Vulpen in tijdschrift Happinez nummer 4 -2008)





Opgetekend in het gastenboek van Louise P. door Lilimoen. Neem zeker eens een kijkje in haar reisverslag van Compostela, en volg haar avonturen naar Assisi. En wens haar een goede reis!